Pseudomonas syringae
Pseudomonas syringae
Bij peer verwijst “Pseudomonas” vooral naar Pseudomonas syringae pv. syringae (Pss), de bacterie achter “bloesemsterfte” en “taksterfte”. Het is een zwakteparasiet die profiteert van natuurlijke openingen voor het infecteren van het plantenweefsel. De ziekte komt vooral tot uiting bij koud en nat weer rond de bloei en wordt bevorderd door (lichte) vorst.. De bacteriekan vorsteffecten stimuleren waarbij de vorstscheurtjes dienen dan als extra toegangspoorten voor infectie.
Pseudomonas is wijdverspreid en kan epifytisch op plantoppervlakken aanwezig zijn; bij geschikte omstandigheden dringt ze binnen via bloesems, bladlittekens, wonden of vorstschade.
Ziektebeeld: hoe herken je Pseudomonas in peer?
- Bloesemsterfte: buitenste kelkblaadjes, vruchtstelen en bloembodems verwelken en verkleuren bruin/zwart.
- Vruchtplekken : zwarte vlekken aan de neus na het vallen van de bloemblaadjes, zwartverkleuring van de vrucht & vruchtsteel, de vruchten vallen of vormen zwarte, ingezonken vlekjes
- Scheutsterfte : jonge scheuten en soms knoppen sterven af; op twijgen kunnen oppervlakkige, lichtbruine kankers ontstaan waarbij de buitenbast papierachtig loslaat.
- Bladplekken: Kleine, roodbruine necrotische vlekken of shot‑holes op bladeren;
Levenscyclus en besmettingsmomenten
- Overleving & bronnen: Pseudomonas kan overleven op plantoppervlakken en in/op knoppen, en er zijn meldingen van overleving in kankers van aangetast hout. Populaties fluctueren gedurende het seizoen.
- Verspreiding: vooral via regendruppels en windgedragen nevel rond de bloei; insecten en mechanische wonden (snoei, hagel, vorst) vergroten het risico.
- Kritieke vensters: bloei en direct erna zijn het meest risicovol, zeker bij koude, natte fronten of nachtvorst (bloesemblaadjes zijn zeer vatbaar). In lagere, koudere percelen is de druk vaak hoger.
Impact op teelt en keten
- Opbrengst & vruchtzetting: zware bloesemsterfte kan vruchtzetting sterk reduceren
- Boomvitaliteit: terugval van jonge scheuten en oppervlakkige kankers zorgen voor mindere groeikracht,