Winter Moth

Wintervlinder kleine


Operophtera brumata


Fruitteelt, pitvruchten

De wintervlinder (Operophtera brumata) is een vroege‑seizoensplaag die voorkomt in de meeste pit‑ en steenvruchtteelten. De rupsen (“inchworms”) worden actief vanaf het ontluiken van de knoppen en kunnen in korte tijd bloemknoppen, bladeren en jonge vruchtjes flink beschadigen. Omdat de moths pas in de winter actief zijn en de rupsen zeer vroeg verschijnen, wordt de plaag vaak onderschat. Toch kan de schade aanzienlijk zijn, zeker wanneer rupsen zich in dichte knoppen vreten tijdens een koel voorjaar.​


Wat is de wintervlinder?​

De volwassen vlinders zijn aanwezig in de herfst–winter periode. Mannetjes zijn klein, lichtbruin/grijsbruin en vliegend. Vrouwtjes zijn bijna vleugelloos, waardoor ze niet kunnen vliegen en via de stam naar boven kruipen om eieren af te zetten. Vlinderactiviteit vindt plaats zeer laat in het jaar (november tot januari) tijdens zachte, vorstvrije avonden. De rupsen die actief zijn in het voorjaar zijn groen, met een donkere lengtestreep en slechts twee paar buikpoten. Ze zijn 1–2 cm lang op volwassen grootte. Ze bewegen in een boogvormige, ‘spanner’-achtige manier.​

Wintervlinder komt veel voor in appel, peer, kers, pruim, maar ook op talrijke loofbomen zoals eik, esdoorn, haagbeuk, lijsterbes, roos en hazelaar. Boomgaarden grenzend aan houtkanten met eiken of gemengde loofbeplanting hebben vaak een hogere druk.​


Ziektebeeld (symptomen)​

  1. Schade aan knoppen, bloesem & vruchtjes : rupsen kruipen in nog gesloten blad‑ en bloemknoppen en vreten van binnenuit, wat leidt tot misvorming van knoppen en dode bloemknoppen wat direct invloed heeft op opbrengst. Jonge vruchtjes kunnen worden aangevreten, waardoor later kurkachtige littekens of misvormingen ontstaan.​
  2. Vraatschade aan bladeren : in het voorjaar verschijnen onregelmatige gaten in jonge bladeren. Later worden deze gaten groter naarmate het blad uitvouwt. Bij zware druk kan de boom gedeeltelijk of vrijwel volledig worden ontbladerd. Soms worden bladeren losjes samengesponnen en van binnenuit aangevreten.​

Levenscyclus​

De wintervlinder heeft één generatie per jaar.​

Herfst–winter (november–januari): volwassen vlinders, de volwassen mannetjes vliegen rond, de vrouwtjes kruipen naar boven en leggen eieren in schorsspleten, aan knoppen of onder losse bast.​

Winter: eieren overwinteren : de eieren blijven aanwezig op takken tot de lente. Ze verkleuren van geel naar oranje tot roodachtig richting uitkomen.​

Vroege lente (maart–april): ei‑uitkomst : de rupsen komen uit rond het moment van groene tip / knopzwelling. ​

April–mei: rupsen voeden intensief aan de bladeren, bloemen en jonge vruchtjes tot ca. eind mei. Zowel pitfruit als steenvrucht kan worden aangetast.​

Eind mei – juni: verpopping : de rupsen laten zich vallen en verpoppen in de bodem. De poppen blijven aanwezig tot de volgende winter.​

Impact op de teelt​

Appel & Peer​

  • Kans op misvorming van vruchtzetting door knopschade.​
  • Vraat in bloemknoppen kan tot hoge opbrengstverliezen leiden.​
  • Kurkplekjes en wondjes door vraat bij jonge vruchtjes.​

Kers & pruim​

  • Rupsen vreten bloemonderdelen weg waardoor vruchtzetting sterk kan dalen.​
  • Ook bladverlies vroeg in het seizoen kan tot groeivertraging leiden.​