Greenhouse Whiteflies

Kaswittevlieg


Trialeurodes vaporariorum, Bemisia tabaci


De bladeren worden geel gevlekt en zijn bedekt met plakkerige honingdauw, waarop zich zwarte schimmels vestigen. Aan de onderzijde van de bladeren zitten ca. 1,5 mm lange, wit bepoederde, gevleugelde insecten en hun geelachtig groene, op schildluizen lijkende larven. Wanneer de bladeren bewogen worden, vliegen de gevleugelde dieren op.


Plaaginsect

De motluis is nauw verwant aan de blad- en schildluis en brengt net als deze schade toe door zuigen. Belangrijke soorten zijn de kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum) en tabakswittevlieg (Bemisia tabaci). De witte vliegen vermeerderen zich door eitjes, die op de onderzijde van de bladeren afgelegd worden. De daaruit komende larven zien eruit als schildluizen. Zij ontwikkelen zich snel tot met vier vleugels uitgeruste volwassen insecten. Deze zeer warmteminnende dieren zijn op kassen aangewezen. Hier kunnen in een jaar tot wel 10 generaties ontstaan.





Trialeurodes vaporariorum


Tomaten

De tomaten zijn omgeven door een honingdauwachtig laagje, dat door de mottenluizen en hun larven wordt afgeven. Deze bevuiling is de belangrijkste schade. Vaak volgt dan vorming van roestdauw. Zeer sterke aantasting kan door het zuigen tot een lagere opbrengst leiden (ca. 2 larven/cm2).


Ziekteverwekker

De witte vlieg Trialeurodes vaporariorum komt hoofdzakelijk in kassen, in de zomer ook in vollegrond, voor en heeft een voorkeur voor jonge plantendelen. De vrouwtjes leggen dagelijks ca. 25 (in totaal ca. 200) eitjes ringvormig af. Deze zijn eerst melkachtig en worden later donkergrijs. Hieruit ontwikkelen zich verschillende larvenstadia, die eerst onbeweeglijk zijn, zich later vastzetten en dan op schildluizen lijken. Er worden talrijke generaties gevormd. Daarbij geldt dat hoe hoger de temperatuur, des te sneller zij zich vermeerderen. Een andere economisch belangrijke soort is de tabakswittevlieg (Bemisia tabaci).





Trialeurodes vaporariorum


Aardbeien


De kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum) is een sapzuigende plaag die vooral onder bescherming (serre/tunnel) problemen veroorzaakt. Ze heeft een zeer breed waardplantenbereik, plant zich snel voort bij zachte temperaturen en kan het hele jaar aanwezig zijn in kassen. In aardbei leidt dat tot directe groeiverzwakking en kwaliteitsverlies door honingdauw en roetdauw.​

Wat is kaswittevlieg?​

Kaswittevlieg behoort tot de familie Aleyrodidae (Hemiptera). Volwassen insecten zijn klein (±1–2 mm), geelachtig van lichaam en met een witte, wasachtige vleugelbedekking. Nymfen (de schadelijkste fase) zijn plat en onbeweeglijk en hechten zich vast aan de onderzijde van bladeren, waar ze continu plantsap aanzuigen.​

Beschermde teelten creëren een stabiel, warm microklimaat waarin wittevlieg zich snel kan opbouwen. Daarnaast hebben aardbeiplanten veel beschut bladvolume dicht bij de productiezône, waardoor honingdauw makkelijk op vruchten terechtkomt.​


Ziektebeeld (symptomen)​

  • Sapzuigschade en groeiverlies : een hoge druk veroorzaakt chlorose (vergeling), vertraagde groei, bladverwelking en voortijdige bladval. Planten kijken “moe” en herstellen trager na oogstpieken.​
  • Honingdauw → roetdauw → kwaliteitsverlies​

Kaswittevlieg scheidt honingdauw uit die de bladeren en — belangrijker — de vruchten vervuilt. Daarop groeit roetdauw (zwarte aanslag) die de fotosynthese belemmert, de afrijping en kleur van vruchten negatief beïnvloedt, de verkoopbaarheid verlaagt (kleverig, vuil aspect), en bewaring bemoeilijkt.​

  • ‘Witte wolk’ bij aanraken : bij het beroeren van aangetaste planten vliegen adulten massaal op, wat een typisch herkenningssignaal is voor scouts.​
  • Overlap van ontwikkelingsstadia : op hetzelfde blad tref je tegelijk eieren, nymfen, poppen en adulten aan. Dat maakt timing van maatregelen cruciaal.​

Levenscyclus​

  • Eiafzet: op de onderzijde van jonge bladeren; vaak in ringen/boogjes.​
  • Crawler (1e larve stadium) : het enige beweeglijke juveniele stadium zoekt een plek en hecht zich vast.​
  • Nymfen (2e–4e larvale stadium): sedentair; zuigen continu sap en bouwen populaties op.​
  • Pupa (laatste nymfstadium): verhoogd, wasachtig ‘kapje’; hieruit kruipt de adult.​
  • Adult: leeft meerdere weken; legt tot honderden eieren bij gunstige temperaturen.​
  • Cyclusduur: bij ±20–25 °C 3–4 weken; in kassen daardoor meerdere overlappende generaties per jaar.​

Belangrijk voor de praktijk​

  • Populaties groeien exponentieel in warme, dichte gewassen.​
  • De verspreiding verloopt passief (luchten, plantwerk, oogstlogistiek) en actief (vliegen adulten).​

Impact op de aardbeiteelt​

  • Productie & arbeid : lagere fotosynthese en stress door sapzuigen reduceren opbrengst en uniformiteit. ​
  • Hogere oogst‑ en sorteerlast en verlies kwaliteit door kleverige vruchten en roetdauw.​
  • Teelttechnisch opletten : explosieve opbouw bij suboptimale ventilatie en hoge plantdichtheid.