Rosy Apple Aphid

Appelluis, roze


Dysaphis plantaginea


Fruitteelt

De roze appelluis (Dysaphis plantaginea) is één van de meest schadelijke bladluizen in appelboomgaarden in West‑Europa. De soort zuigt plantensap en kan al vroeg in het seizoen misvorming van bladeren en vruchtjes veroorzaken, met directe kwaliteits- en opbrengstverliezen tot gevolg.​

Wat is de roze appelluis?​

De roze appelluis is een kleine, zacht­licha­mige luis (ongeveer 2–3 mm) met een rosé‑ tot leigrijze kleur en een poederig/wittig waslaagje. De vleugelloze luizen zijn bolrond en duidelijk te onderscheiden van andere appel­luizen door langere, donker gekleurde siphonen (buisjes op het achterlijf).​

Ziektebeeld en herkenning in de boomgaard​

  • Bladschade – Jonge bladeren krullen sterk (rol‑/krulbladvorming) en kunnen geelachtig of later bruin verkleuren; de bladrol biedt bescherming aan de kolonie, waardoor bestrijding later in het seizoen moeilijker wordt. ​
  • Scheuten – Aangetaste scheuttoppen vervormen en stagneren in groei; zware aantasting kan leiden tot kortloten zonder bloemknoppen in het volgende jaar.
  • Vruchten – Vroege zuigschade rond bloei/zetting geeft kleine, knobbelige en misvormde vruchten (blijvende schade), soms met roodachtige vlekken; deze vruchten zijn niet verkoopbaar.​
  • Honingdauw & roetdauw – Kolonies produceren honingdauw; daarop groeit roetdauw, wat blad en vruchten zwart kan doen verkleuren. ​

Levenscyclus ​

De roze appelluis heeft een afwisselende levenscyclus met appel als winter‑/voorjaarswaard en weegbree (Plantago spp.) als zomerwaard. ​


  • Overwintering als ei : in de herfst worden glanzend zwarte wintereieren afgezet in schorsspleten, aan de basis van knoppen en op jonge takken van appel. Deze eieren overwinteren.​
  • Voorjaar: stammoeders : rond knopzwelling/budbreak komen de eieren uit. De uitkomende nimfen (allemaal vrouwtjes) vestigen zich in bloem‑ en bladclusters en ontwikkelen zich tot stammoeders die levendbarend nakomelingen produceren. De eerste typische bladrollen/krullen worden zichtbaar rond tros‑/roze knopstadium tot bloei. ​
  • Snelle koloniegroei en meerdere generaties (lente–vroege zomer) : zonder paring volgen meerdere generaties elkaar snel op; kolonies breiden uit naar rozetbladeren en scheuttoppen. Vanaf eind mei–juni ontstaan gevleugelde dieren​
  • Zomer: migratie naar weegbree : gevleugelde bladluizen migreren naar weegbree (Plantago spp.), waar zij parthenogenetisch verder vermeerderen. ​
  • Najaar: terugmigratie en eiafzet op appelbomen: vanaf eind september tot november keren gevleugelde vrouwtjes terug naar de appelbomen en ontstaan eileggende vrouwtjes (oviparae) en mannetjes; na paring worden de wintereieren afgezet. Dit rondt de jaarcyclus af.​

Impact op de appelteelt​

  • Kwaliteitsverlies – Vroege zuigschade resulteert in blijvende vruchtvervorming; partijen met veel misvormde vruchten zijn niet marktconform ​
  • Opbrengst & groei – Aantasting leidt tot lagere maat/gewicht, stagnatie van scheutgroei en kan de bloemknopaanleg voor het volgende jaar verminderen (meer “blind hout”). ​
  • Operationele gevolgen – Honingdauw/roetdauw bemoeilijkt sortering en verlaagt uiterlijk/afzetkwaliteit. Bovendien maken bladkrullen inspectie en bestrijding lastiger​
  • Economisch belang – In Europese teelten geldt roze appelluis als sleutelplaag met een lage schadedrempel: tijdig monitoren en ingrijpen voorkomt dure correcties en oogstschade​