Eriosoma lanigerum, Aphis lanigera, Myzoxylus mali, Schizoneura lanigera, Eriosoma mali, E. lanata, E. ulm
Appelbloedluis, wollige
Wollige bloedluis (Eriosoma lanigerum) is een veelvoorkomende plaag in appelteelten. De aantasting kan snel uitbreiden, schade veroorzaken aan bomen en vruchten, en het werk in de boomgaard bemoeilijken.
Wat is wollige bloedluis?
De wollige bloedluis is een bladluissoort die zich onderscheidt door haar typische “wollige” uiterlijk. Dat komt door een wasachtige, witte afscheiding die de kolonies bedekt. De insecten zelf zijn klein, donkerrood tot paars van kleur, en geven rood vocht af als ze worden geplet. Door de wollige massa zijn ze met het blote oog moeilijk te zien.
De luizen voeden zich door plantensap op te zuigen, wat leidt tot zwellingen en misvormingen op de boom.
Herkenning en ziektebeeld
Aantasting door wollige bloedluis herken je typisch aan:
- Witte, wattenachtige pluisjes op takken, twijgen, wonden of aan de stamvoet.
- Kankerachtige groeisels of knobbels (galls) op de takken door de reactie van het plantenweefsel.
- Ingedroogde, beschadigde schors en barstjes waar nieuwe kolonies zich snel nestelen.
- Verzwakte groei door sapverlies bij zware aantasting.
Levenscyclus
De levenscyclus van wollige bloedluis maakt de plaag moeilijk te beheersen:
Overwintering: De luizen overwinteren als jonge luizen (nimfen) in schorsbarsten of rond wortshals en onderstam.
Voorjaar: Zodra het in het voorjaar opwarmt, worden deze nimfen weer actief en baren (viviparie) nieuwe nimfen. De pasgeboren nimfen (“crawlers”) zijn mobiel, nog zonder de typische wasdraden. Ze bewegen zich over de schors en vestigen zich vooral op kwetsbare plekken zoals jonge scheuten, en snoei-/wondweefsel (o.a. bladoksels), waar ze beginnen te zuigen en vervolgens de witte, wollige was afscheiden.
In late lente tot (mid)zomer nemen de kolonies sterk toe. Scheuten zijn dan favoriete vestigingsplaatsen, omdat het weefsel zacht is en de sapstroom hoog; kolonies worden daarnaast frequent gezien op oude snoeiwonden en ruwe schors.
Zomer: Tijdens de zomer volgen meerdere asexuele generaties elkaar snel op. Door overbezetting of stress kunnen ook gevleugelde wijfjes (alaten) ontstaan die naar naburige bomen vliegen; tegelijk blijven vleugelloze nimfen zowel omhoog (naar nieuwe scheuten) als omlaag (terug naar wortelzone) migreren.
Biologie benutten: Natuurlijke vijanden zoals de kleine sluipwesp Aphelinus mali kunnen de kolonies sterk reduceren.
Impact op de appelteelt
Wollige bloedluis is meer dan een cosmetisch probleem. De plaag kan:
- Groei van jonge bomen remmen.
- Houtschade en kankervorming versterken, wat de boom op lange termijn verzwakt.
- Wondjes creëren die toegangspoorten vormen voor ziekten zoals Nectria.
- Rendement beïnvloeden door lagere groei, meer snoeiwerk en extra bestrijding.
In intensieve appelproductie kan zware aantasting leiden tot economische schade, zowel in opbrengst als in teeltonderhoud.